Search

De beschikking van de kortgedingrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Brussel dd. 31.03.2021

Ik heb het vonnis ( wat een correcte lezing toelaat ipv de tegenstrijdige berichten in de pers ).


De oorspronkelijke berichtgeving van de voltallige pers was toch correct. De rechtbank heeft wel degelijk de toepasselijkheid van het Ministerieel Besluit van 28.10.2020 en navolgende Besluiten met betrekking tot de hierin getroffen maatregelen verwijderd/opzij geschoven/afgedankt. Dit is exact wat de Ligue Des droits Humains ( eiseres ) EN de Liga voor Mensenrechten ( vrijwillig tussenkomende partij ) in hoofdorde gevorderd hadden.

Zie vonnis in de link.


" écarter " = verwijderen, opzij schuiven, evacueren, afdanken, weg werken, opruimen, weg doen, weg gooien


"l'application " = de toepasselijkheid van ..... het Ministerieel Besluit .... met betrekking tot de maatregelen die hierin getroffen zijn


De Belgische Staat, in het bijzonder de Minister van Binnenlandse zaken, is veroordeeld om alle maatregelen te treffen die vereist zijn om een einde te stellen aan de situatie van schijnbare onwettelijkheid die voortvloeit uit de vrijheidsbeperkende maatregelen en de fundamentele rechten die erkend zijn door de Grondwet en Internationale Verdragen die België verbinden, zoals vervat in het Ministerieel Besluit van 28.10.2020 en navolgende Besluiten, binnen de 30 dagen vanaf de betekening van de beschikking op straffe van een dwangsom van 5.000 € per dag vertraging met een maximum van 200.000 €.

__________

De rechtbank heeft de Belgische Staat helemaal niet veroordeeld om binnen de 30 dagen een pandemiewet uit te vaardigen.

De kortgeding rechter zegt in de overwegingen weliswaar dat de 3 wetten waarop de Ministeriële Besluiten gestoeld zijn niet van toepassing zijn, maar in het dispositief ( de uitspraak ) staat niet dat de maatregelen om die reden geen wettige rechtsgrond hebben.

Er staat dat de maatregelen niet legitiem zijn ( wat iets helemaal anders is ).

De Belgische Staat is veroordeeld om binnen de 30 dagen een einde te stellen aan de schijnbare onwettelijke vrijheidsbeperkende maatregelen ( fundamentele rechten die erkend zijn door de Grondwet en de Internationale Verdragen ).

Kortom, zoals de tekst geformuleerd is ( en in de overwegingen overigens ook op deze maniergemotiveerd is ) moet Annelies Verlinden de vrijheidsbeperkende maatregelen binnen de 30 dagen afschaffen en de fundamentele rechten die erkend zijn door de Grondwet en de Internationale Verdragen respecteren.


Dat is wel wat anders dan wat Kati Verstrepen, voorzitter van de Liga voor Mensenrechten ( die overigens enkel is tussen gekomen in de procedure en niet de hoofdeiser was ) gisteren in de pers verklaard heeft.


De grote hamvraag die zich hier stelt is nu : waarom heeft Kati Verstrepen gelogen over de uitspraak van de rechtbank ?

Waarom heeft zij het eerste persbericht van de Ligue des Droits Humains tegen gesproken en benadrukt dat de maatregelen nodig zijn en verder van kracht blijven ? Waarom heeft zij verkondigd dat de federale regering binnen de 30 dagen een pandemiewet moet uitvaardigen en, ik citeer " dit wel geen probleem zal zijn nu er al een eerste voorontwerp voorligt " ?


Krachtens art.1039 Ger.Wb. zijn beschikkingen in kortgeding ALTIJD uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande verzet of beroep.

Wat betekent dit in concreto ?

Dat het niet uitmaakt of Minister Verlinden beroep instelt ( of niet ). Zij MOET binnen de 30 dagen volgend op de betekening een einde stellen aan de onwettige maatregelen. Doet zij dit niet dan is de dwangsom verschuldigd en riskeert de Belgische Staat in navolgend stadium hoge schadevergoedingen tenzij het Hof van Beroep de beslissing ongedaan maakt wat mij onwaarschijnlijk lijkt want de beschikking is zeer goed gemotiveerd en technisch juridisch volledig juist. https://www.quentindujardin.be/.../20210331110400018.pdf...



0 comments

Recent Posts

See All